De heilige moet alleen wandelen

18-01-20124047x gelezen

De meeste van 's werelds grootste zielen waren eenzaam. Eenzaamheid lijkt de prijs te zijn die een heilige moet betalen voor zijn heiligheid. Zo waren alle grote godsmannen in de bijbel bekend met eenzaamheid, en dat is vandaag de dag niet anders.

In de morgenstond van de wereld (of beter gezegd in die vreemde duisternis die snel na de schepping van de mens kwam), wandelde de vrome ziel Henoch met God en was niet meer omdat God hem wegnam. En hoewel het niet staat vermeld in dergelijke bewoordingen is het een eerlijke conclusie als we stellen dat Henoch op een compleet ander pad liep als zijn tijdgenoten.

Een andere eenzame man was Noach die genade vond in de ogen van God, en alles wijst op de eenzaamheid in zijn leven terwijl hij omringt werd door mensen.

Abraham had Sarah en Lot, evenals veel dienaren en herders, maar wie kan zijn verhaal lezen en het apostolisch commentaar daarop, zonder onmiddelijk aan te voelen dat het een man was "wiens ziel als een ster was en apart verbleef / woonde". Voor zover we weten, sprak God niet één woord tot hem in het bijzijn van anderen. Met het gelaat naar de aarde communiceerde hij met God en de ingeboren waardigheid van de man verbood hem deze houding aan te nemen in de aanwezigheid van anderen. Hoe zoet en plechtig was het beeld van de nacht van het offer, toen hij de vuurlampen zag bewegen tussen de stukken van het offer. Daar, alleen met de verschrikking van grote duisternis op hem, hoorde hij de stem van God en wist dat hij een man was die door God uitverkoren was voor een goddelijke gunst.

Mozes was ook een man "apart" (apart gezet door God / uitverkoren). Terwijl hij aangesloten was aan het hof van Farao, ging hij toch alleen lange wandelingen maken en tijdens één van deze wandelingen, ver verwijderd van de menigte, zag hij een Egyptenaar en een Hebreeër vechten en kwam hij zijn landgenoot te hulp. Na de breuk met Egypte verbleef hij in haast volledige afzondering in de woestijn. Daar – waar hij alleen bezig was zijn schapen te weiden – verscheen het wonder van de brandende braamstruik aan hem. En later – op de top van de berg Sinaï – zat hij ineen gehurkt, helemaal alleen, om in volle verwondering en eerbied te staren naar de Tegenwoordigheid, gedeeltelijk verborgen, gedeeltelijk onthuld, binnen de wolk en het vuur.

De profeten uit het voor-christelijke tijdperk verschilden enorm van elkaar, maar het gemeenschappelijke kenmerk dat zij allen hadden was hun gedwongen eenzaamheid. Ze hielden van hun volk en roemden in de religie van de vaders, maar hun loyaliteit naar de God van Abraham, Izaak en Jakob, en hun bezieling voor het welbevinden van de staat Israël dreef hen weg van de menigte en in lange periodes van zwaarte. "Ik bekom een buitenstaander voor mijn broeders en een vreemdeling voor mijn moeders kinderen", riep er één uit en deze sprak onwetend meteen voor de anderen.

Het meest onthullende van alles is de aanblik van die Ene, over wie Mozes en alle profeten schreven, zoals Hij zijn eenzame weg naar het kruis betrad. Zijn diepe eenzaamheid werd niet verlicht door de tegenwoordigheid van de menigtes.

'Tis midnight, and on Olive’s brow
The star is dimmed that lately shone;
'Tis midnight; in the garden now,
The suffering Savior prays alone.
'Tis midnight, and from all removed
The Savior wrestles lone with fears;
E'en the disciple whom He loved
Heeds not his Master's grief and tears
’t is middernacht en op Olijf’s ...
de ster is gedimd, die de laatste tijd scheen
het is middernacht in de tuin nu
de lijdende Redder bid, alleen
’t is middernacht, en van allen verwijderd
de Redder worstelt alleen met angsten
zelfs de discipel van wie Hij houdt
verschoond zijn Meester’s smart en tranen niet

Gedicht door William B. Tappan

Hij stierf alleen in de duisternis, verborgen voor het zicht van de sterfelijke mens en niemand zag Hem toen Hij triomfantelijk verrees en uit de tombe liep. Hoewel velen hem nadien zagen en getuigenis gaven van wat ze gezien hadden. Er zijn dingen die te heilig zijn voor mensenogen, slechts God kan het aanzien. De nieuwsgierigheid, het tumult, de goedbedoelde maar blunderende inspanningen om te helpen, kan de wachtende ziel alleen maar belemmeren en de communicatie van de geheime boodschap van God naar het aanbiddende hart onwaarschijnlijk - zo niet onmogelijk maken.

Soms reageren we door middel van een godsdienstige reflex en herhalen we plichtsgetrouw de juiste woorden en uitdrukkingen. Alhoewel deze er niet in slagen onze ware gevoelens uit te drukken en niet over de echtheid van persoonlijke ervaringen beschikken. We leven in nu zo’n tijd. Een bepaalde gebruikelijke loyaliteit kan voor sommigen die deze onbekende waarheid voor het eerst horen brengen naar een uitspraak als "Oh, maar ik ben nooit eenzaam. Jezus heeft gezegd 'Ik zal je nooit verlaten, Ik zal je nooit begeven en Ik zal met jullie zijn voor altijd'. Dus hoe kan ik eenzaam zijn als Hij altijd bij me is?"

Nu wil ik de oprechtheid van welke gelovige dan ook niet in twijfel trekken, maar deze "voorgekauwde" getuigenis is te mooi om waar te zijn! Het is duidelijk dat de spreker verschil maakt tussen wat hij denkt dat waar moet zijn en wat wat hij door ervaring heeft opgedaan. Deze vreugdevolle ontkenning van eenzaamheid bewijst alleen maar dat de spreker nooit alleen met God gewandeld heeft ... zonder de steun en bemoediging van de gemeenschap. De betekenis van gezelschap – welke hij onterrecht aan de aanwezigheid van christus toeschrijft – kan het gevolg zijn van de aanwezigheid van vriendelijke mensen. Maar vergeet niet dat het onmogelijk is een kruis te dragen in gezelschap. Al is een man of vrouw omringd door een enorme menigte, het kruis is van hem alleen en het dragen ervan kenmerkt hem als een apart gezet man. De maatschappij heeft zich tegen hem gekeerd want anders zou hij geen kruis dragen. Niemand is een vriend van de man met het kruis, "Ze verlieten hem allemaal en zijn gevlucht".

De pijn van eenzaamheid komt voort uit de gesteldheid van onze natuur, God heeft ons gemaakt voor elkaar. Het verlangen naar menselijk gezelschap is volkomen menselijk, natuurlijk en juist. De eenzaamheid van een gelovige is een resultaat van zijn wandel met God in een goddeloze wereld, een wandel die hem vaak wegneemt uit het gezelschap van goede gelovigen als ook uit de niet-wedergeboren wereld. Zijn God gegeven instincten schreeuwen om gezelschap met anderen van zijn soort, anderen die zijn verlangens begrijpen, zijn streven en zijn volledige opgaan in de liefde van Jezus. En omdat er binnen zijn vriendenkring zo weinig zijn die dezelfde innerlijke ervaringen hebben, is hij gedwongen alleen te wandelen. De onbeantwoorde verlangens van de profeten voor menselijk begrip bracht bij hen teweeg dat zij hun klachten uitschreeuwden naar God, en zelfs onze Heere Jezus heeft op diezelfde wijze geleden.

De man en vrouw die is doorgegaan in de Goddelijke aanwezigheid en de daaruit voortvloeiende innerlijke ervaringen, opgedane kennis, ontwikkelde inzichten en geleerde wijsheden en de door God gegeven hartsverlangens zullen niet velen vinden die hun zullen begrijpen. Een bepaalde hoeveelheid sociale omgang zal uiteraard zijn/haar deel zijn wanneer hij zich mengt in het gezelschap van religieuze personen. Maar hij zou niet moeten verwachten dat het veel anders zou zijn, uiteindelijk is hij een vreemdeling en een bijwoner en de reis die hij onderneemt is niet op zijn voeten, maar in zijn hart. Hij wandelt met God in de tuin van zijn eigen ziel en wie kan daar - behalve God - met hem wandelen? Hij is van een andere geest dan de massa die het plein van het huis van de Heer betreden. Hij heeft gezien waarvan anderen slechts hebben gehoord en hij wandelt onder hen zoals Zacharias enigzins wandelde na zijn terugkeer van het altaar, toen de mensen tegen elkaar fluisterden "Hij heeft een visioen gehad".

De ware geestelijke man of vrouw is inderdaad een soort van zonderling. Hij leeft niet voor zichzelf maar om de belangen van een Ander te promoten. Hij wil mensen overreden om alles aan zijn Heer te geven en vraagt geen deel voor zichzelf. Hij vind geen plezier in geëerd te worden door mensen, het enige dat hem vreugde brengt is als hij ziet dat zijn Redder verheerlijkt wordt in de ogen van de mensen. Zijn vreugde is te zien wanneer de Heer de hoogste plaats krijgt en hij zichzelf veronachtzaamd. Hij kan maar weinig mensen vinden die willen spreken over zijn hoogste voorwerp van interesse, dus is hij vaak stil en in beslag genomen temidden van de luidruchtige religieuze prietpraat. Hierdoor krijgt hij de reputatie van saai en veel te ernstig, waardoor hij vaak gemeden wordt en de kloof tussen hem en de maatschappij steeds groter wordt. Hij zoekt naar mensen op wiens kleren de geur van mirre en aloë te vinden zijn. en wanneer hij weinig tot geen mens kan vinden bewaart hij deze - net als Mirjam - in zijn hart.

Het is dezelfde eenzaamheid die hem terugwerpt op God. "Wanneer mijn vader en mijn moeder mij verlaten, dan zal de Heere me opnemen". Zijn onmogelijkheid tot het vinden van menselijke kameraadschap drijft hem om in God te zoeken wat hij nergens anders vinden kan. Hij leert in innerlijke isolatie wat hij niet in de menigte had kunnen leren - dat Jezus alles is in allen, dat Hij voor ons gemaakt is tot wijsheid, gerechtigheid, heiliging en verlossing! Dat we in Hem leven in overvloed hebben en bezitten!

Dan resten er nog twee dingen die gezegd moeten worden. Ten eerste dat de eenzame man of vrouw over wie we hier spreken geen hooghartig persoon is, hij is ook geen "heiliger-dan-de-rest" figuur die gehekeld wordt in populaire literatuur. Hij zal waarschijnlijk van mening zijn dat hij de minste van alle mensen is en zal zichzelf zeker de schuld geven van zijn eigenlijke eenzaamheid. Hij wil zijn gevoelens delen met anderen en zijn hart openen voor een gelijkgestemde ziel die hem zal begrijpen, maar het geestelijk klimaat rondom hem moedigt dit niet aan. Dus blijft hij maar stil en vertelt hij zijn zorgen aan God alleen.

Het tweede punt is dat de eenzame heilige niet een terug getrokken persoon is die zichzelf verhard tegen het menselijk lijden en zijn dagen overwegend met het hoofd in de wolken doorbrengt. Het tegendeel is zelfs waar! Zijn eenzaamheid maakt dat hij sympathiek en benaderbaar is voor de gebrokenen van hart en de gevallenen en de mensen die door zonde gekneusd zijn. Doordat hij is losgemaakt van de wereld is hij des te meer in staat om diezelfde wereld te helpen. Meister Eckhart leerde zijn volgelingen dat wanneer zij in gebed waren en ze herinnerden zich dat een arme weduwe voedsel nodig had, dat ze het gebed onmiddelijk dienden te staken om te gaan zorgen voor die weduwe. "God zal maken dat je hierdoor niets verliest" vertelde hij hen "Je kunt het gebed weer oppakken waar je geblven was en de Heer zal het goed maken met je". Dit is typerend voor de grote mystici en meesters van het binnenlandse leven ten tijde van Paulus tot aan de dag van vandaag.

De zwakheid van zoveel moderne gelovigen is dat ze zich zo ontzettend thuis voelen in de wereld. In hun poging om om een rustgevende "aanpassing" te bereiken in deze niet-wedergeboren samenleving zijn ze hun pelgrim-karakter verloren en zijn ze een essentieel onderdeel geworden van de morele orde waartegen we juist in protest dienen te komen. De wereld erkent en accepteert ze voor wie ze zijn, dat is het meest droevige wat er over hen gezegd kan worden. Zij zijn niet eenzaam, maar het zijn ook geen heiligen.

- AW Tozer

Vragen en/of opmerkingen over dit artikel? Mail dan naar:

Naar boven